Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

ACNES en andere buikwandpijnsyndromen

Bij het buikwandpijnsyndroom ACNES ontstaat er pijn in de buik door een beknelde zenuw in de buikwand. De buikpijn kan variëren van een milde en af en toe aanwezig , tot extreme, onhoudbare pijn. Het is een nog vrij onbekende aandoening, ook bij veel artsen. 

 

ACNES is de Engelse afkorting voor Anterior Cutaneous Nerve Entrapment Syndrome. De pijn ontstaat door beknelling (entrapment) van de huidtakjes (cutane) van de voorste (anterior) tussenribzenuwen.

 

In de buik lopen allerlei zenuwen. Uitlopertjes van sommige van deze zenuwen (ook wel zenuwtakjes genoemd) zorgen voor gevoel in de huid van de buik. Om bij de huid te komen, moet de zenuw zich op verschillende plaatsen door de rechte buikspier en door het kapsel om deze buikspier 'boren'. Daarbij kunnen de huidtakjes van de zenuw bekneld raken.

 

Ook na een operatie kan een zenuw bekneld raken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn na een liesbreukoperatie of keizersnede. De pijn zit dan op de plek van het litteken. Heeft u hier last van? Dan heeft hier achteraf gezien al pijn sinds de operatie.

 

Oorzaak

Wat de precieze oorzaak is voor het ontstaan van het ACNES-pijnsyndroom is nog onduidelijk.

 

Als ACNES is ontstaan na een operatie, dan kan de oorzaak zijn dat een zenuwtakje onbedoeld is meegehecht tijdens de operatie. Ook kan er sprake zijn van een verkleving in het litteken. Dit is allebei niet te voorkomen.



Symptomen

ACNES kan plotseling of geleidelijk aan ontstaan. Bij ACNES hebben mensen langere tijd buikklachten, variërend van milde klachten tot onhoudbare buikpijn. De pijn kan ook zitten in de zij en de rug, tussen de onderste ribben en de bekkenkam.

 

Er wordt vaak (eerst) een andere diagnose gesteld. Het is mogelijk dat u last heeft van ACNES als u de volgende symptomen herkent:

  • De pijn bevindt zich duidelijk op één plek; u kunt het precies aanwijzen
  • De pijn wordt erger als u zich inspant
  • De pijn is dof, zeurend en soms stekend
  • U kunt zich bij hevige pijn misselijk voelen of een opgeblazen gevoel krijgen
  • U heeft problemen met de ontlasting en/of plassen
  • Kleding kan vervelend zitten
  • Gewone pijnstillers helpen niet (goed)

 



Behandeling

Voor sommige patiënten is het hebben van een diagnose en adviezen over prettige houdingen al genoeg. Voor anderen, zeker in het geval van hevige pijn, is een behandeling gewenst.

 

Injectie

In eerste instantie stellen onze artsen een diagnostische injectie met een lokale verdoving voor. Met de injectie verdoven we de zenuwtakjes die vermoedelijk bekneld zitten. Zo kunnen we onderzoeken of er inderdaad sprake is van een zenuwbeknelling en waar deze dan precies zit.

 

Als u na de injectie minder pijn heeft, dan hebben we de zenuwbeknelling gevonden. Meestal komt de pijn na enkele uren wel weer terug. Het kan zijn dat de pijn na de injectie heviger is dan ervoor.

 

Bij een deel van de patiënten houdt het pijnstillende effect dagen tot weken aan. Bij een kleine groep patiënten is de pijn zelfs blijvend weg.

 

Bij de patiënten bij wie de pijn terugkeert, stelt de arts voor om de injecties regelmatig te herhalen. Daarna verdwijnt de pijn soms ook blijvend.

 

Operatie

Wanneer injecties niet helpen, wordt vaak een operatie overwogen. Tijdens deze operatie zoekt de chirurg de beknelde zenuwtakjes op en knipt of brandt deze door. U wordt voor deze operatie enkele uren opgenomen op de afdeling Dagbehandeling. De operatie zelf vindt plaats in het Operatiecentrum en gebeurt onder algehele anesthesie.

 

In enkele gevallen gaat de arts met u in overleg over een andere vorm van pijnbestrijding, zoals medicijnen (gabapentine, lyrica, amitryptilline en vergelijkbare stoffen die ook als antidepressivum werken), manuele en/of bindweefseltherapie, Pulsed RadioFrequency (PRF) of transcutane elektrische zenuwstimulatie (TENS).

 

Mogelijke complicaties operatie

Zoals bij iedere operatie, kunnen ook bij deze operatie complicaties optreden, zoals bijvoorbeeld een wondinfectie of nabloeding. Complicaties die specifiek bij deze operatie kunnen optreden zijn:

  • De eerste dagen tot één à twee weken na de operatie hebben patiënten vaak wondpijn. Dit voelt anders dan de pijn die ze vooraf hadden, maar verergert ook bij bewegen en inspanning. Na enkele weken kunnen patiënten goed aangeven of de operatie geholpen heeft. Terugkijkend geven de meesten achteraf aan dat ze bijna meteen van hun ACNES-pijn af waren.
  • Soms blijft er een soort bultje bij de operatiewond achter. Dit is een ophoping van oud bloed en vocht, dat in de praktijk gaandeweg verdwijnt.
  • Meestal is na de operatie het gevoel in uw huid niet weg. De huid voelt meestal juist weer ‘normaal’ aan. Dit komt doordat de boven- en onderliggende zenuwtakjes in de huid de functie van de doorgebrande of -geknipte zenuwtakjes hebben overgenomen.

 

Een tweede operatie

Soms is een tweede operatie nodig. Bijvoorbeeld als na de eerste operatie blijkt dat de pijn is verschoven naar de zijkant, terwijl die eerst net naast het midden van de buik zat. Dit komt soms voor. Een tweede operatie kan ook nodig zijn als dezelfde pijn na een aantal maanden terugkomt. Uit onderzoek blijkt dat dit gebeurt bij ongeveer 10 procent van de patiënten.

 

Bij een tweede operatie zoekt de chirurg de hoofdzenuwtak aan de achterkant van de rechte buikspier op en knipt of brandt deze door. Deze hoofdzenuwtak ligt ongeveer twee centimeter dieper dan de zenuw met zijn takjes aan de voorkant van de rechte buikspier.

 

Soms ontstaat er na de eerste of tweede operatie een soortgelijke pijn op een andere plaats. We vermoeden dat deze pijn er altijd al is geweest, maar dat patiënten deze pijn niet eerder hebben gevoeld omdat zij meer pijn hadden op een andere plaats. Deze nieuwe pijn is niet altijd met een operatie op te lossen.

 

Wanneer een behandeling niet helpt

Bij ongeveer 10 tot 20% van de ACNES-patiënten helpt geen enkele behandeling. Dit is vervelend omdat de aandoening een grote invloed heeft op de kwaliteit van leven. En de omgeving begrijpt de klachten niet altijd goed. Zelfs uitkerings- en verzekeringsartsen (h)erkennen de ernst van het probleem soms niet. Het advies voor deze mensen is zich te laten behandelen door een pijnspecialist. En soms kan een revalidatietraject mensen leren omgaan met hun pijnbeperkingen.

 

Behandelteam

Het Jeroen Bosch Ziekenhuis heeft een speciaal behandelteam voor patiënten met ACNES. Dit team bestaat uit:

 

Als u vermoedt dat u ACNES heeft, kunt u bij uw (huis)arts vragen om een doorverwijzing naar de polikliniek Pijnbestrijding of de polikliniek Chirurgie. Als de behandeling uiteindelijk geen resultaat heeft, verwijzen wij u eventueel door voor een revalidatietraject. 

 

Meer informatie

Kijk voor meer informatie over ACNES op de website www.acnes.foundation. Dit is een patiëntenplatform over de aandoening ACNES. 

 



Afdelingen

Zoeken

Print