Deze website maakt gebruik van cookies.   Meer informatie Sluiten

Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

Paul Verheij

‘Niet alleen het lichaam en de techniek, maar ook de geestelijke kant is belangrijk’

“Na mijn studie Geneeskunde in Luik, wist ik niet welke specialisatie ik zou kiezen. Eigenlijk vond ik alles wel leuk. Ik heb toen voor Huisartsgeneeskunde gekozen en ben ook een jaar huisarts geweest. Tijdens mijn studie heb ik echter mijn vrouw leren kennen en samen wilde we graag naar de tropen. Daarom hebben we eerst tropengeneeskunde in Antwerpen gestudeerd en daarna Gynaecologie en Chirurgie gedaan. We vertrokken in eerste instantie voor drie jaar naar het toenmalige Zaïre, Afrika, waar we in een klein ziekenhuis werkten. Omdat het goed beviel, keerden we pas na zes jaar terug. Ik wist inmiddels dat ik toch graag iets wilde in de ‘kleine chirurgie’. Bijvoorbeeld plastische chirurgie, oogheelkunde of KNO. De eerste opleidingsplaats die vrij kwam was oogheelkunde en zo ben ik deels door keuze, deels door omstandigheden terecht gekomen in mijn vak. Tot op de dag van vandaag heb ik er geen moment spijt van gehad!

 

Downpoli en prematuren

De combinatie van interesse in het menselijk lichaam en het contact met patiënten heeft me altijd getrokken. Ik doe veel spreekuren, ook aparte laserspreekuren voor mensen met ziekten zoals diabetes of bijvoorbeeld wanneer iemand een netvliesscheur heeft. Mijn aandachtsgebied binnen de oogheelkunde zijn vooral de moeilijke staaroperaties, glaucoom en echografie. Glaucoom wil zeggen dat de oogbol een te hoge druk heeft. Verder ben ik sinds dit jaar het aanspreekpunt van onze Downpoli. Down kindjes hebben een grotere kans op scheelzien of kunnen andere oogproblemen hebben. Zo’n kindje gaat op één dagdeel eerst naar de kinderarts, dan naar een orthoptiste van onze maatschap en komt tenslotte bij mij zodat er in één keer een diagnose en behandelplan kan worden opgesteld. Ook premature kindjes, onder de 1000 gram of voor 27 weken, hebben vaak kans op oogproblemen. Daarom worden ze standaard door een oogarts onderzocht, soms doe ik dat dan.

 

Eigen operatiekamer

Sinds 1 januari dit jaar hebben we een eigen operatiekamer op de polikliniek. Een hele vooruitgang, ook voor patiënten. Alle ingrepen gebeuren op één plek. Alleen kinderen en patiënten die onder narcose moeten, opereren we in het OK-complex. Het is fijn werken met de allernieuwste apparatuur en voor patiënten is het “net als bij de tandarts”. Kleren en schoenen aanhouden en plaatselijke verdoving voor bijvoorbeeld staaroperaties. Verder doen we er ook ooglidcorrecties en andere kleine ingrepen zoals het vervangen van een ooglens. We zijn als maatschap wel heel trots op deze aanwinst!

 

Injecteren

De belangrijkste ontwikkeling van de afgelopen jaren vind ik wel de behandeling voor maculadegeneratie. Mensen kijken scherp met de zogenaamde gele vlek; bij oudere mensen verslijt die soms. Vroeger stonden we dan machteloos en konden we patiënten maar gedeeltelijk behandelen. Sinds een paar jaar kunnen we een medicijn injecteren dat ervoor zorgt dat het slijten wordt stopgezet of het zicht zelfs sterk verbetert. Ook de techniek van staaroperaties wordt steeds beter en glaucoom hoeven we, door het gebruik van betere druppels, minder vaak te opereren dan vroeger.

 

Baha’i

In mijn vrije tijd reis ik graag. Eén van mijn hobby’s is namelijk diepzeeduiken, prachtig is dat. Verder zet ik me veel in voor Baha’i. Baha’i is een ‘moderne versie van geloof” waar ik sinds 1992 mee verbonden ben. De kern van Baha’i kan ik kort samenvatten in: ‘De wereld is slechts één land waarvan alle mensen de burgers zijn.’. Binnen de Baha’i heb ik een adviserende taak. Ik reis door (Oost)Europa om met personen en gemeenschappen te overleggen. Eén van mijn drie dochters woont in Israël, daar reizen we dus ook wel eens heen. Zij heeft trouwens pas een zoontje gekregen dus ja, ik ben alweer voor de vijfde keer opa!

 

Onder één dak

Al 21 jaar werk ik met veel plezier in het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Daarvoor heb ik een jaar in het Academisch ziekenhuis in Maastricht gewerkt. Ik ben begonnen op de oude locatie Willem-Alexander. Dat was klein, maar fijn. Je had makkelijk contact met andere specialisten, alles was lekker kleinschalig. Toen we voor de verbouwing een apart gebouw kregen bij het Carolus miste ik dat contact wel. Nu we in het nieuwe ziekenhuis zitten is het fijn om weer met z’n allen onder één dak te zitten. Met de geestelijke verzorgers organiseer ik in de kapel van de nieuwbouw ook zogenaamde stiltemomenten voor medewerkers. We kunnen dan samen even stil staan in de hectiek van alledag, het loopt nu best goed. Ik vind namelijk dat wij niet alleen stil moeten staan bij ons lichaam en de techniek, maar ook bij de geestelijke kant van onszelf.”


Opgetekend door Beppie Pellegrom. Lees meer over andere dokters van het Jeroen Bosch Ziekenhuis in het archief.


Zie ook

Zoeken

Lees voorLees voor |A A A | Print