Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

De KNO-arts kijkt allereerst uitgebreid in de oren. Daarnaast kan met een stemvork in de spreekkamer een eerste (screenende) gehooronderzoek worden gedaan. De KNO-arts zal vervolgens bepalen of een uitgebreid gehooronderzoek nodig is. Deze gehooronderzoeken worden uitgevoerd door een audioloog, een audiologie-assistent(e) of een logopedist(e)/akoepedist(e).

 

Toonaudiometrie

Bij de meeste patiënten met gehoorproblemen wordt een toonaudiogram afgenomen. Met een zogenaamde audiometer en een koptelefoon worden korte tonen aangeboden. Aan de patiënt wordt gevraagd aan te geven of deze worden gehoord.
De onderzoeker gaat na wat de zachtste geluiden zijn die een patiënt nog hoort. Vaak wordt deze test herhaald met een trilblokje achter het oor. Beide oren worden afzonderlijk getest. Zo wordt een drempel bepaald van de geluiden bij verschillende toonhoogten.De meetresultaten worden in een grafiek weergegeven. Deze grafiek heet een drempelaudiogram, toonaudiogram of kortweg: audiogram.

 

Gehooronderzoek
 

Spraakaudiometrie

Bij gehoorverlies neemt ook het vermogen af om gesproken woorden te verstaan. We spreken van een afname van het “spraakverstaan”. Om er achter te komen hoe groot het verlies van het spraakverstaan nu feitelijk is, krijgt de patiënt via de koptelefoon een reeks losse woorden te horen waarbij gevraagd wordt om deze zo goed mogelijk na te zeggen. Deze woorden worden steeds zachter gemaakt, net zo lang tot er nauwelijks meer iets van wordt verstaan. In een grafiek worden deze resultaten weergegeven: per geluidssterkte wordt het percentage goed nagezegde woordjes aangeduid. Dit noemt men het spraakaudiogram.

 

Gehooronderzoek

 

Tympanometrie

Het middenoor (= tympano) is bedoeld om geluid van het trommelvlies over te brengen (te geleiden) naar het eigenlijke gehoorzintuig: het slakkenhuis (binnenoor). Als die geleiding niet goed gaat, wil een KNO-arts of een audioloog weten waardoor dat komt. Een belangrijke oorzaak van een geleidingsgehoorverlies is onderdruk of vocht in het middenoor door een onvoldoende functionerende buis van Eustachius. Tympanometrie geeft een indruk over de werking van het middenoor. Bij de meting wordt een dopje in de gehoorgang geplaatst, waarmee de gehoorgang luchtdicht wordt afgesloten. De luchtdruk in de gehoorgang wordt vervolgens gevarieerd. Tijdens het onderzoek hoort men een zachte bromtoon. Een goed functionerend trommelvlies beweegt bij het aanbrengen van luchtdrukveranderingen. Deze beweeglijkheid wordt vastgelegd in een curve en zichtbaar gemaakt op een beeldscherm of op een uitgeprinte grafiek. Bij kleine kinderen zit er nogal eens vocht achter het trommelvlies en dan reageert het trommelvlies slecht of niet op deze luchtdrukveranderingen.

 

Gehooronderzoek


Gehooronderzoek bij kinderen

Visuele beloningsaudiometrie
Bij kinderen vanaf ongeveer één jaar tot twee en een half jaar wordt een audiogram afgenomen door het kind te laten reageren op geluiden met behulp van een visueel beloningssysteem. Wanneer het kind bij het horen van een geluid direct reageert door bijvoorbeeld de kant op te kijken waar het geluid vandaan komt, wordt het kind beloond door een tekenfilmfragmentje. Wanneer het kind doorheeft dat het beloond wordt als het op geluiden reageert, kan een betrouwbare gehoortest worden afgenomen.
 
Spelaudiometrie
Bij kinderen vanaf ongeveer twee en een half jaar wordt een toonaudiogram afgenomen met behulp van een spelletje. Vaak wordt daar een blokkendoos voor gebruikt. Het kind krijgt een koptelefoon op het hoofd en wacht gespannen tot er een piep klinkt: dan mag er een blokje in de doos gedaan worden. Op deze wijze is het onderzochte kind meer gemotiveerd om geconcentreerd aan de test deel te nemen.
 
Spraakaudiometrie bij kinderen
Bij kinderen vanaf ongeveer twee en een half jaar kan eveneens onderzocht worden of ze woordjes goed kunnen verstaan door ze deze woorden aan de hand van een tekening aan te laten wijzen. Op deze manier is het niet eens nodig dat ze zelf de woorden goed uitspreken. Door ze een bijbehorend plaatje te laten aanwijzen tussen een paar andere plaatjes van woorden die bijna hetzelfde klinken, kan ook beoordeeld worden of klanken goed onderscheiden kunnen worden.
 

Voorbereiding

Volwassenen hoeven zich niet speciaal voor te bereiden op het onderzoek. Ouders kunnen hun kind wel voorbereiden door ze thuis al kennis te laten maken met het dragen van een koptelefoon.


Zoeken

Lees voorLees voor |A A A | Print