Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

Het CTG is een onderzoek om de conditie van het ongeboren kind te bepalen. Hierbij wordt het kloppen van het hart (de hartfrequentie) van het kind en eventuele weëenactiviteit bij de moeder in de tijd grafisch weergegeven.

 

Voorbereiding

Het is een onderzoek waarbij de buik vrijgemaakt moet worden. Het dragen van makkelijke kleding is daarom aan te raden.

 

Hoe verloopt het onderzoek?

De zwangere krijgt twee banden om de buik. Eén voor de registratie van de kinderlijke harttonen, de andere voor de registratie van harde buiken of weeën. Als de vliezen gebroken zijn, dan kan de harfrequentie ook via een draadje op het hoofdje van het kind worden geregistreerd. Het hartfrequentiepatroon geeft informatie over de conditie van het kind. Is die niet goed dan zal het kind op een bepaalde manier met de hartslag de weëenactiviteit van de moeder reageren. Er kan bijvoorbeeld een vertraging van het hartritme optreden na de wee.

 

Tijdens de bevalling kan naast het CTG ook gebruik gemaakt worden van de zogenaamde STAN®  registratie. Het is een ST-ANalyse van het hartfilmpje (ECG) van het kind.

 

Het apparaat laat zien of er sprake is van een dreigend zuurstoftekort bij de baby. Door het gebruik van de STAN® kan het aantal onnodige keizersnedes en vaginale kunstverlossingen, bijvoorbeeld de verlossing met een tang, worden verminderd. Ook is het mogelijk eerder een baby in echte nood op te sporen.

 

Tijdens de bevalling moet soms een mircro-bloedonderzoek (MBO) van het kind worden uitgevoerd. Hierbij wordt een sneetje gemaakt in de huid van het hoofdje van de baby. Een druppeltje bloed wordt opgevangen en in het laboratorium onderzocht op de hoeveelheid zuurstof die erin voorkomt. De ingreep is lastig uit te voeren en onprettig voor moeder en kind. Door het gebruik van de STAN® zijn er niet veel micro-bloedonderzoeken meer nodig.


Zoeken

Lees voorLees voor |A A A | Print