Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

Als u ouder wordt, neemt de kans op het krijgen van een kind met sommige chromosomale afwijkingen toe. Een bekend voorbeeld van zo'n chromosomale afwijking is het Down-syndroom.

 

Met de combinatietest kan het risico ingeschat worden dat uw kind het syndroom van Down heeft. Het is een combinatie van twee niet ingrijpende onderzoeken, namelijk de nekplooimeting (een echoscopisch onderzoek) en een bloedtest.

 

Hiermee wordt geen diagnose gesteld, maar wordt een risico-inschatting gemaakt. Wijzen de onderzoeken op een sterk verhoogd risico, dan kan nader onderzoek uitgevoerd worden met een vlokkentest of vruchtwateronderzoek. Met deze onderzoeken kan wel een diagnose gesteld worden.

 

Voorbereiding

Voor het echoscopisch onderzoek heeft u een volle blaas nodig. Drink enkele glazen water voor u naar het ziekenhuis komt.

 

Onderzoek

Tussen de elfde en dertiende week van de zwangerschap wordt een afspraak gemaakt bij de echoscopiste. Zij doet een nekplooimeting. Bij een zwangerschapsduur tussen elf en veertien weken is bij elke foetus een klein ''schilletje'' vocht onder de huid in de nek aanwezig. De breedte van dit schilletje wordt gemeten tot op 0.1 mm nauwkeurig. Diezelfde dag wordt bloed geprikt. Enkele dagen later krijgt u telefonisch de uitslag. Is er een verhoogd risico dan krijgt u een afspraak om het verdere beleid te bespreken.

 

De combinatietest stelt geen diagnose, maar geeft een risicoinschatting. Het veroorzaakt geen complicaties. Ook wanneer de combinatietest een verhoogd risico op een kindje met Down-syndroom aangeeft, is er meestal niets aan de hand. Bij de vlokkentest en het vruchtwateronderzoek kunnen wel complicaties optreden.


Zoeken

Lees voorLees voor |A A A | Print