Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

Voor dit onderzoek ligt u op uw rug op tafel onder steriele doeken. De radioloog bepaalt door middel van echografie waar de drain ingebracht wordt. De huid en een deel van het onderliggende weefsel wordt verdoofd.


De radioloog prikt met behulp van echo een galgang aan en brengt een voerdraad in de galwegen. Over deze voerdraad wordt uiteindelijk de daadwerkelijke drainagekatheter geplaatst. Bij voorkeur wordt deze katheter in de twaalfvingerige darm geplaatst. Zo kan de gal naar de dunne darm stromen (inwendige drainage).

 

Lukt dit niet dan blijft de katheter in de galwegen liggen en stroomt de gal via de katheter in een zak die aan de katheter is bevestigt (uitwendige drainage).


Na enkele dagen kan dan alsnog geprobeerd worden de katheter in de twaalfvingerige darm (duodenum) te schuiven. Ook kan er dan besloten worden een stent te plaatsen in de ductus choledochus (het gedeelte tussen de galwegen en de twaalfvingerige darm).

galweg

Voorbereiding

Voor dit onderzoek bent u of wordt u opgenomen op de verpleegafdeling. U krijgt een infuus waardoor u antibiotica krijgt. Verder moet u vanaf vier uur voor het onderzoek nuchter blijven.


Als u een bloedverdunnend medicijn gebruikt zoals Acenocoumarol (Sintrommitis) of Fenprocoumon (Marcoumar) is het belangrijk als u die tijdelijk niet inneemt. U behandelend arts zal u hierover informeren.

 

Duur van het onderzoek

Het onderzoek duurt één tot twee uur.

 

Nazorg

De katheter wordt vastgehecht aan de huid en afgeplakt met pleisters. Daarna wordt u naar de verpleegafdeling gebracht. Er wordt een aantal controles uitgevoerd door de verpleegkundige zoals de controle van bloeddruk, pols en ademhaling. U krijgt tot 48 uur na het onderzoek antibiotica toegediend. De internist (of arts-assistent) coördineert de verdere nazorg.

 

Zoeken

Lees voorLees voor |A A A | Print