Bij het plaatsen van een nefrostomiekatheter wordt er een slangetje (katheter) in het opvangsysteem (nierbekken) van de nier geplaatst. Dit is noodzakelijk doordat de passage van urine tussen nier en blaas verhinderd wordt. Tijdens de ingreep ligt u met uw buik op een kussen en worden er steriele doeken over u heen gelegd.
De ingreep wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. Na desinfectie van de rughuid worden de huid en diepere lagen verdoofd met een injectie. Met behulp van een echografie apparaat wordt de nier in beeld gebracht en met een dunne naald wordt de nier aangeprikt tot in het urineverzamelsysteem. Het aanprikken van de nier kan een pijnlijke sensatie geven.
Deze naald wordt dan vervangen door een katheter van buigzaam materiaal. Deze katheter blijft goed in de nier liggen omdat er aan het uiteinde een krul zit. Ook wordt de katheter nog vastgehecht aan de huid. Door de katheter kan de urine naar buiten toe aflopen in een katheterzak. De katheter wordt afgedekt met een steriel gaas en gefixeerd met pleisters.
Voorbereiding
Voor dit onderzoek wordt u opgenomen op de verpleegafdeling. Er wordt een infuus aangelegd waardoor antibioticum gegeven wordt. Verder krijgt u een OK-jas aan en moet u vanaf twee uur voor het onderzoek nuchter blijven.
Als u een bloedverdunnend medicijn gebruikt zoals Acenocoumarol (Sintrommitis) of Fenprocoumon (Marcoumar) is het belangrijk als u die tijdelijk niet inneemt. U behandelend arts zal u hierover informeren.
Duur van het onderzoek
Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten.
Nazorg
Na het onderzoek gaat u terug naar de verpleegafdeling. Er worden een aantal controles uitgevoerd door de verpleegkundige zoals de controle van bloeddruk, pols en ademhaling. De (arts-assistent) uroloog coördineert de verdere nazorg en bepaalt wanneer u naar huis gaat.
Indien de nefrostomiekatheter voor een langere tijd in de nier verblijft, moet deze na drie maanden verwisseld worden.
