MRI is een afkorting van het Engelse begrip Magnetic Resonance Imaging. Met behulp van een zeer sterk magnetisch veld en radiogolven worden signalen in het lichaam opgewekt. Deze signalen worden door een antenne opgevangen en door een computer in beelden vertaald.
Met behulp van het MRI-onderzoek kunnen pezen, spieren, hersenweefsel, kraakbeen, tussenwervelschijven, organen of bloedvaten (MRA) zichtbaar worden gemaakt. Een MRI-scan bestaat uit een lange, smalle tunnel en een onderzoekstafel.
Onderzoek
Tijdens het onderzoek ligt u op de onderzoekstafel. U krijgt een zogenaamde spoel om de buik gevouwen. Deze spoel vangt de signalen op die uit de buik komen en zet deze om in zichtbare beelden.
De röntgenlaborant prikt een infuus in de arm, waardoor het contrastmiddel in de bloedbaan gespoten wordt. Dit infuus blijft gedurende het onderzoek in de arm en wordt na het onderzoek weer verwijderd.
Omdat het apparaat veel lawaai maakt, kunt u kiezen voor een hoofdtelefoon met muziek of voor oordopjes ter bescherming van het geluid. U krijgt een belletje, waarmee u tijdens het onderzoek de laborant kunt waarschuwen.
De laborant schuift u in de tunnel. Het is belangrijk dat u ontspannen en stil blijft liggen, omdat de opnamen kunnen mislukken als u zich beweegt. De laborant zal u tijdens het onderzoek een ademcommando geven. Luister hier goed naar en probeer dit zo goed mogelijk op te volgen.
Voorbereiding
Voor de MRI-scan van de dunne darm zijn speciale voorbereidingen nodig. Lees hiervoor de folder MRI-enterografie.
Duur van het onderzoek
Een MRI-scan van de dunne darm duurt ongeveer zestig minuten.
