De blaas is een bolvormige holle spier gelegen in de onderbuik. Bij gezonde volwassenen heeft een volle blaas de grootte van een grapefruit. De functie van de blaas is opslag van de door de nieren gemaakte urine.
Bij blaaskanker zitten er een of meer kwaadaardige gezwellen in de blaas. Deze gezwellen worden carcinomen of tumoren genoemd.
In de blaas kunnen verschillende typen blaastumoren ontstaan. In de meeste gevallen (meer dan 90 procent) gaat het om een urotheelcelcarcinoom (UCC). Deze tumor ontstaat vanuit het slijmvliesweefsel - urotheelweefsel - van de urinewegen. Dit slijmvliesweefsel vormt de binnenbekleding van de blaas. Onder het slijmvlies bevindt zich de spierlaag van de blaas. Deze spierlaag is omgeven door vet; de buitenste laag van de blaas.
Soorten blaaskanker
Er zijn dus verschillende typen blaaskanker. Daarnaast kan er verschil zijn in de mate waarin de tumor zich heeft verbreidt:
- Carcinoma in situ (CIS). Dit is een oppervlakkige afwijking waarbij de kwaadaardige (maligne) cellen zich beperkt hebben tot het slijmvliesweefsel. Verwarrend genoeg gedraagt CIS zich meestal agressiever, met grotere kans op uitzaaiingen, dan andere (minder agressieve) tumoren die al zijn doorgegroeid in de blaaswand.
- Oppervlakkig of Invasief Urotheel Cel Carcinoom (UCC). Tussen de urotheelcellen en de spiervezels van de blaas bevindt zich een bindweefsellaag, de ‘lamina propria’. De lamina propria is een grens die belangrijk is bij het bepalen van het gedrag of mate van agressiviteit van de tumor. Als de tumor binnendringt in deze laag is dat het begin van een invasieve tumor.
Iedere tumor die de spierwand niet heeft bereikt wordt geclassificeerd als oppervlakkig. Deze tumoren kunnen behandeld worden door ze via een kijkoperatie te verwijderen, maar hebben sterk de neiging terug te komen (recidiveren). Deze recidieven blijven meestal oppervlakkig. Slechts ongeveer 15 procent van deze tumoren is bij recidief agressiever of ontwikkelt zich tot een spierinvasieve tumor.
Blaastumoren die zijn doorgegroeid in de spierlaag van de blaas noemen we spierinvasief. Deze tumoren gedragen zich zeer agressief en zijn vaak dodelijk. Ongeveer de helft van de patiënten heeft op het moment dat de diagnose wordt gesteld onzichtbare uitzaaiingen (micro-metastasen). Deze metastasen komen meestal binnen één jaar aan het licht.
- Gemetastaseerd UCC. In weefsellagen als de lamina propria bevinden zich bloed- en lymfevaten. Als de tumor in deze vaten doordringt, kunnen de kankercellen met bloed of lymfe meereizen naar andere delen in het lichaam. Via het bloed kunnen uitzaaiingen ontstaan in organen als de lever, de longen, het bot en de bijnieren. Via de lymfevaten kunnen kwaadaardige cellen meereizen naar de lymfeklieren rond de blaas.
- Non-UCC. Er zijn ook een aantal typen blaastumoren die zeldzaam voorkomen in Europa. Zo is bijvoorbeeld het ‘plaveiselcelcarcinoom’ in Egypte de meest voorkomende vorm van blaaskanker. Deze vorm van kanker ontstaat daar door de bilharzia parasiet die in de rivier de Nijl leeft. In de westerse wereld kan deze vorm van blaaskanker worden veroorzaakt door langdurige blaasirritatie door chronische infecties, blaasstenen of katheters.
Symptomen
Een blaastumor kan de volgende symptomen geven:
- Bloed in de urine (hematurie). Omdat dit bloedverlies vaak niet gezien kan worden met het blote oog, spreken we van ‘microscopische hematurie’. Dit symptoom komt bijna altijd voor bij blaastumoren. Omgekeerd is echter zelden waar: de meeste individuen met microscopische hematurie hebben géén blaastumor.
- Tumorcellen in de urine. Dit kan worden vastgesteld met behulp van laboratoriumonderzoek (cytologisch onderzoek). Dit onderzoek is te vergelijken met het onderzoek dat wordt gedaan bij het maken van een uitstrijkje bij vrouwen.
- Plasklachten. Een tumor in de blaas kan de blaas irriteren en daardoor plasklachten geven in de vorm van toegenomen plasdrang.
Diagnose
Om vast te stellen of er sprake is van een blaastumor wordt een cystoscopie gedaan. Met behulp van een CT-scan kan worden onderzocht of zich ook tumoren in de urinewegen bevinden.
Als de blaastumor in het spierweefsel is gegroeid, kan de tumor buiten de blaas zijn doorgegroeid. Er kunnen ook uitzaaiingen in andere organen zijn. Een CT-scan of MRI kan hierover meer duidelijkheid geven.
Behandeling
De uroloog bespreekt met u welke behandeling in uw geval mogelijk de beste keus is. Mogelijke behandelingen bij blaaskanker zijn:
- BCG-blaasspoelingen. Hiervoor kan worden gekozen in het geval van een ‘carcinoma in situ’ (CIS). Dit type tumor kan het gehele blaasoppervlak beslaan. Daarom moet behandeling het gehele oppervlak bestrijken.
- Verwijdering van de tumor via de plasbuis (TUR-T: transurethrale resectie van de tumor)
Met deze ingreep kan een oppervlakkig Urotheel Cel Carcinoom (UCC) worden verwijderd. Sinds 2009 hebben de urologen in het Jeroen Bosch Ziekenhuis de beschikking over een nieuwe techniek PDD (Photo-Dynamic Diagnostics). Hierbij wordt de blaas voor de ingreep gespoeld met een kleurstof. De kleurstof wordt door het tumorweefsel beter opgenomen dan door het goede weefsel. De uroloog weet zo precies welke gebieden tijdens de ingreep verwijderd moeten worden.
Het weggenomen weefsel wordt onderzocht in het laboratorium. Afhankelijk van de uitslag van dit weefselonderzoek, wordt een nabehandeling met u afgesproken. De nabehandeling kan bestaan uit blaasspoelingen of chemotherapie.
- Als de tumorcellen van een agressief type blijken te zijn, zal alsnog de gehele blaas verwijderd moeten worden (radicale cystectomie). Sinds 2010 gebeurt dit in het Jeroen Bosch Ziekenhuis met behulp van de operatierobot.
- Chemotherapie kan ook worden gegeven bij patiënten met uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of andere organen. De kanker groeit dan vaak explosief en is meestal op korte termijn fataal. Met chemotherapie kan de ziekte worden geremd.
