Obductie is een inwendig onderzoek op het lichaam van een overleden persoon. Het wordt ook wel een sectie of autopsie genoemd. Het is niet altijd duidelijk waaraan iemand precies is overleden. Nabestaanden en artsen willen vaak weten hoe het ziekteproces en de daaropvolgende dood precies verlopen zijn.
De obductie is het hulpmiddel bij uitstek om goed te onderzoeken wat in de laatste levensfase met een patiënt is gebeurd en om achteraf te controleren of een medische behandeling juist is geweest. Dat zal niet meer van betekenis zijn voor de patiënt zelf, maar wel voor toekomstige patiënten. Zij kunnen profiteren van de lessen die tijdens een obductie opgedaan worden.
Inwendig onderzoek
Voordat de patholoog aan de obductie begint, onderzoekt hij het lichaam eerst uitgebreid van buiten: het uitwendig onderzoek. Daarna volgt het inwendig onderzoek, een vrij omvangrijk onderzoek, waarbij vrijwel alle organen van de overledene onderzocht worden. Vervolgens wordt uit elk orgaan een klein stukje weefsel afgenomen om microscopisch te onderzoeken. Dat is belangrijk, omdat niet alle afwijkingen met het blote oog herkenbaar zijn. Daarna worden de organen teruggeplaatst in het lichaam, behalve de organen waarvan het onderzoek nog niet afgerond kan worden.
Een obductie is te vergelijken met een operatie en wordt altijd op zodanige wijze uitgevoerd, dat er achteraf vrijwel niets meer van te zien is. Het onderzoek wordt uiteraard op een respectvolle wijze verricht. In geval van een natuurlijke dood moet aan de nabestaanden toestemming worden gevraagd.
